Vanaf de tweede helft van de 17e eeuw worden de legers in Europa beter georganiseerd. Hadden de regimenten daarvoor soms een naam, vanaf die tijd krijgen ze ook een nummer en onderscheidende kleuren. De jassen, broeken, kragen, manchetten, knopen etc. hebben dan per regiment standaardkleuren. Het hoogtepunt van dit kleurenfeest wordt bereikt tijdens de Napoleontische oorlogen van 1800-1815. Daarna wordt het minder kleurrijk. Vanaf WO I vecht iedereen in camouflagekleding.
In deze tentoonstelling nemen wij u mee door deze kleurenrijkdom. Als voorbeeld gebruiken we het Franse Napoleontische leger. Soldaten vechten in die tijd dicht op elkaar, in een chaos van lawaai en wolken buskruit. Om je eenheid niet te verliezen, waren die kleuren heel handig. Stond er opeens een andere kleur naast je, dan wist je dat je het eigen regiment was kwijtgeraakt of dat de vijand naast je stond. Commandanten hadden veel vrijheid om hun regimenten met eigen geld te kleden. Met name aan de kleurigheid en kostbaarheid van de uniformen van de muziekkorpsen kon je zien hoe rijk de commandant was.