Nationaal Tinnen Figuren Museum
 

Home | Geschiedenis

GESCHIEDENIS

Tinnen soldaatje

De geschiedenis van de tinnen figuur

Tin is één van oudst bekende metalen. In de prehistorie werd het al gebruikt voor het maken van bronzen werktuigen en siervoorwerpen. Brons is een legering van koper en tin. De belangrijkste vindplaatsen waren het Taurusgebergte in Turkije en Cornwall in Engeland. Er is Engels tin teruggevonden in Egyptische farao graven van voor 2000 v.Chr. En er wordt aangenomen dat de Romeinen Engeland vooral zijn binnengevallen om deze tinmijnen in handen te krijgen. Tin werd van de oudheid tot de 17de eeuw veel gebruikt voor waterleidingen, eet- en drinkgerei (kannen, borden, lepels etc.)

De oudste tinnen figuren die we kennen zijn grafgiften. In 3.500 v.Chr. werd de volledige huishouding van een overleden Sumerische vorst nog mee begraven om hun vorst in het hiernamaals te dienen. Later namen miniatuurfiguren de plaats van de geofferden in: soldaten, dienstpersoneel, gereedschap, wagens, boten, huizen, stallen en vee.

In Karinthië is een loden wagen, bespannen met twaalf trekdieren, uit de 6de eeuw v. Chr. gevonden, samen met verschillende loden vruchtbaarheidsbeeldjes. Ook uit andere landen zijn vondsten van 4,5 - 5 cm grote loden beeldjes bekend.

Van de 14de tot de 16de eeuw n. Chr. maakten "Kannengheter" (tin- of kannengieters) massaal tinnen pelgrimsinsignes. Een beetje bedevaartsoord verkocht al gauw meer dan 100.000 pelgrimsinsignes per jaar. In 1466 werden te Einsiedeln (Zwitserland), tijdens de twee 'engelwijdings' weken, 130.000 pelgrimsinsignes verkocht voor 2 penningen per stuk.

Pelgrimsinsigne Maria PelgrimsInsigne Schaar Pelgrimsinsigne fallus

pelgrimsinsignes uit de middeleeuwen

Pelgrims droegen een insigne als amulet en als bewijs dat ze een bedevaartoord bezocht hadden. Het dragen van sierspelden was mode in de Middeleeuwen. Het zullen daarom niet alleen pelgrims geweest zijn die sierspelden of insignes op hun hoed of kleding droegen. De voorstellingen van de sierspelden waren niet alleen religieus van aard, maar ook profaan en soms uitgesproken seksueel.

Met de reformatie, komt er in de 16de eeuw abrupt een einde aan de mode van het dragen van sierspelden. In Nederland maken tingieters dan 'poppengoed'. Dat zijn meestal Staatse soldaten, mogelijk chauvinistische symbolen tegen de Spaanse overheerser, maar ook miniatuur huisraad voor in poppenhuizen. Vooral bij de wederopbouw van Rotterdam, na de Tweede Wereldoorlog, is veel van dergelijk 'poppengoed' in bouwputten gevonden.

Poppengoed 16de eeuw Staatse soldaten Staatse soldaten

16e eeuwse tinnen soldaatjes

Vanaf de tweede helft van de 16de eeuw krijgen tingieters concurrentie van grèskannen (keulse potten) uit het Rijngebied in Duitsland. Later verdringen ook porselein en aardewerk van goede kwaliteit het tinnen eetgerij. Als oorlogen dan ook nog exportbelemmeringen opwerpen, moeten tingieters naar andere producten zoeken om te kunnen overleven. De Verlichting met zijn opvoedingsidealen voor kinderen biedt een alternatief in de vorm van tinnen speelgoedfiguren.

In de tweede helft van de 18de eeuw ontstaan er vooral in Nürnberg en Fürth tientallen ateliers die zich volledig toeleggen op tinnen kinderspeelgoed. Voor jongens zijn dat figuren uit het dagelijks leven zoals: veeweiden, markten, jachtpartijen en tuingezelschappen. Maar ook: exotische dieren en vreemde volken. Voor meisjes worden tinnen poppenhuisartikelen gemaakt.

Aapje door J.G. Hilpert (1775) Militair muzikant verz. Molhuysen man uit Ammergau, Babette Schweitzer

18e eeuwse tinnen kinderspeelgoed

In de tweede helft van de negentiende eeuw veranderden tinnen figuren in tinnen soldaatjes. In deze dagen viert het nationalisme hoogtij in Europa. Alleen al in de steden Nürnberg en Fürth, de belangrijkste productiecentra van tinnen figuren, worden dan veertig miljoen tinnen soldaatjes per jaar gemaakt. Tinnen figuren zijn dan een soort kinderkrant. De afbeeldingen die vader 's avonds in de krant ziet, zijn de volgende dag de tinnen figuren van zijn zoon.

Spanen doosje met tinnen figuren

tinnen figuren, die per serie in spanen doosjes werden verkocht

Rond 1870 begint de gouden eeuw van de loden soldaatjes (Heyde, Noris, Wollner, CBG Mignot, Britains). Deze speelgoed figuren waren geduchte concurrentie voor de tinnen soldaatjes, omdat ze iets groter waren(ca. 5 cm.), minder kwetsbaar en steviger in een kinderhand lagen.

Wanneer de Eerste Wereldoorlog uitbreekt is er geen markt meer voor tinnen figuren. Na de oorlog komt er veel concurrentie van mechanisch speelgoed. Het karakter van de tinnen figuur verandert. Van kinderspeelgoed wordt het een hobby voor vaders, die met de tinnen figuren historische gebeurtenissen uitbeelden. De joodse zakenman Otto Gottstein (1892-1951) stimuleerde de ontwikkeling van de cultuurhistorische figuur enorm. Hij liet meer dan 1.000 figuren maken, van dinosauriërs tot Montezuma, en bouwde daarmee prachtige diorama's. Gottstein gaf vooraanstaande historici en kostuumdeskundigen (archeoloog prof. Paul Couissin, conservator Paul Martin en de theaterauteur en kostuumdeskundige Petrococino [speudoniem Paul Armont]) opdracht om historisch verantwoorde figuren te ontwerpen

Vanaf 1980 komen er steeds luxere ronde of drie-D figuren op de markt, terwijl ook de kwaliteit van het beschilderen van figuren met sprongen vooruit gaat. Mike Taylor verheft het schilderen van tinnenfiguren tot miniatuur schilderkunst en hij krijgt veel, zeer getalenteerde, navolgers.

Mike Taylor Fijnschilderkunst Clown

miniatuur schilderkunst

Een Teleac film waarin waarin de directeur van ons museum, in het kort, wat vertelt over de geschiedenis van de tinnen figuren als kinder speelgoed.

Tinnen soldaatje Roling

 

 
Tinnen figuren museum Ommen

Markt 1 | 7731DB Ommen | Tel:0529-454500
Site Map | Contact Us | ©2009 Nationaal Tinnen Figuren Museum

ANBIGeregistreerd museum